Dag 6 – 16 juni

Vast land onder onze voeten

Om half 6 werd er door de speaker getetterd dat we bijna in IJsland waren, en dat we om half 7 onze hut uit moesten zijn. Dit in 4 verschillenden talen, dan zijn volgens mij de meeste mensen wel wakker. Ik was zelf om 5 uur wakker, normaal zou je je nog een keer omdraaien, maar niet als je vakantie hebt dan sta je vroeg op. Martien was zelfs om 5 uur al up en running, maar ja die is ook niet helemaal goed bij natuurlijk…

Om 6 uur aan het ontbijt een drukte van jewelste iedereen met tassen en jassen, de gangen lagen vol met koffers. Eigenlijk een beetje jammer je betaald goed geld voor zo’n bootreisje en dan word je voor dat je aan land kunt uit je hut gegooid en je moet het maar 2 uur uitzoeken met je zooi. We hebben na het ontbijt een plaatsje gevonden bij de speelhoek en daar onze tijd door gebracht, om en om zijn we even op het dek gaan kijken waar we een eerste blik op IJsland konden werpen, vanuit de zee en de mist rees daar IJsland voor ons op een prachtig gezicht.

Om 8 uur werd er omgeroepen dat het autodek geopend was en tegen de regels van de heenreis mochten nu de passagiers wel mee het autodek op. Hutje mutje stonden de wagens tegen elkaar aan en zonder al teveel moeite (en rekening te houden met andermans auto) trokken mensen koffers en tassen er tussendoor. Mensen die hun auto al gevonden hadden liepen ook graag nog een keer terug om gewoon wat rond te kijken, andere hadden geen flauw idee waar hun auto ook alweer geparkeerd stond. Ook jammer om te zien dat je voor een bus een toeslag betaald voor de hoogte terwijl er “gewone” personenauto’s naast je staan. Het duurde erg lang voor er beweging in de auto stoet kwam maar toen het eenmaal ging rijden waren we snel aan wal, daar moesten we nog door de douane, Philip onze belg moest zelfs met zijn bus door de scan gelukkig had hij geen verboden waar aan boord ;-).

We verzamelde bij de 1ste benzinepomp en we waren al snel weer een attractie met ons “oude spul” van alle hoeken werden foto’s gemaakt, er ging zelfs iemand op de grond liggen zodat er een foto gemaakt kon worden van diegene in de weerspiegeling van onze wieldop (toch maar goed dat ik ze voor vertrek gepoetst heb).

We verlieten Seydisfjordur via de Fjaroarheioi pas, een tempratuur meter gaf 2 graden aan, we reden door een dikke mist of eigenlijk waren we gewoon in de wolken. Eenmaal over de berg heen werd het wat warmer (6 graden) en hadden we gewoon zicht. In het dorpje Egilsstaoir even tanken en de route bekeken hoe we zouden rijden. Op naar de Hengifoss een waterval, na een mooie rit kwamen we op de parkeerplaats bij de Hengifoss die in de hoogte verscholen lag, eerst op de koffie bij Mart en Ineke ( die waren toevallig ook op IJsland ;-)).

Toen begon de wandeling naar boven, Tineke had van te voren al besloten beneden te blijven maar Gerben liep volle pas voorop. Voor ons was het een aardige klim dus voor Lisa helemaal maar met af en toe wat hulp kwam ze een heel eind. Al snel viel de groep wat uit elkaar, Mart haakte af, wij liepen met Lisa achterstand op en Martien, Michiel en Gerben gingen tot uitzonderlijke hoogte door. Halverwege zijn ook wij omgekeerd, het was wel een prachtig gezicht maar Lisa trok het niet meer en met wat verzamelde steentjes liepen we terug naar beneden. Het is wel onvoorstelbaar hoeveel Hollanders je op zo’n berg tegen komt, ook ongelooflijk is een toiletgebouw wat in de middel of nowhere staat en toch schoon is en voor zien van toiletpapier.

Na deze wandeling vond Lisa het tijd voor een slaapje in de bus, dus we konden even lekker door rijden en genieten van dit nu al prachtige land. Vlak voor Reykjahlid ligt een hete bronnen veld, dat is een kijkje waard. Het stinkt verschrikkelijk als je uit de auto stapt, maar na een tijdje wen je er wel aan. Een mooi natuurverschijnsel deze pruttelende zwavelputten. De foto’s zeggen waarschijnlijk meer dan mijn tekst, maar het is de stank zeker waard.

De berg over en daar lag het dorpje Reykjahlid ons thuis voor de komende 3 nachten. Op de camping stond Puckie al uitgestald en bij de supermarkt liepen al de nodige campinggangers. Na een kijkje in de supermarkt, waar we een emmertje voor de steentjes van Lisa hebben gekocht. Gingen we op zoek naar het hotel, dit was niet echt zoeken want echt groot is het hier niet en er stonden al een paar luchtgekoelde op de parkeerplaats van het hotel.

Een net hotel met vanaf onze kamer uitzicht op het meer, andere hoorde ik over uitzicht op de begraafplaats… maar goed dat het net volle maan is geweest… na installatie op de kamer was het al weer snel tijd voor het diner. Vooraf een oranje drap soepje wat niet eens echt vies was, tenzij de kleur je niet aanstond want ja dan houd het snel op natuurlijk. Hoofdgerecht gegrilde zalm met groente en gebakken aardappels, erg lekker. En als toetje een wafel met een bolletje paars ijs, dit was voor Tineke een betere kleur, en het smaakte ook zeer goed. Een kopje koffie (Arina je hebt helemaal gelijk hoor dat Michiel elle lang in dat kopje zit te roeren de bodem valt er bijna uit) en klaar was dit diner. Het tempo was ongeveer net zo snel als dat ik het nu tik, maar daar hadden we geen problemen mee. Lisa nog even snel met haar gevonden steentjes onder de douche en naar bed. Het is nu al weer 11 uur IJslandse tijd, dus 1 uur bij jullie. Voor ons allemaal dus bedtijd. Morgen weer een nieuwe dag eens zien wat die ons brengt.

Ik houd jullie op de hoogte 😉

PS. rest mij nog wel even te melden dat Martien absoluut geen gevaarlijke dingen eet waar eventueel een bacterie inzit (volgens mij eet ie gewoon alles wat los en vast zit), en dat we de baby papegaaiduiker gelukkig hebben herenigd met z’n mammie, die ook aan boord van het schip bleek te zijn. De foto’s volgen nog (ook van de mama papegaaiduiker)