Dag 18 – 28 juni

Van Kirkjubaejarklaustur naar Höfn

Het weer zag er goed uit vanochtend en bij buitenkomst bleek het niet koud en de wind die gister veel stof had doen opwaaien was wat gaan liggen. Al snel gingen de kappen van de cabrio’s open, niet te hopen dat we net zo’n stoffige rit krijgen als morgen… De eerste moeilijke naam die we vandaag in het routeboek tegen kwamen was Dverghamrar, een stel imposante basaltzuilen. We rijden door naar Núpsstaour, een kleine turfkapel, die achteraan een afgesloten privéweg ligt, helaas weer geen turf vandaag. Dan zien we vanuit de verte gletsjers opduiken een prachtig gezicht het lijkt alsof je er zo naar toe kunt lopen, maar het is echt nog heel ver weg. We rijden over de zwarte zandvlakte Skeioarársandur (niet dat ik hier al een andere kleur zand tegen ben gekomen, maar dit terzijde) gelukkig waait het niet zo hard. Dan rijden we over IJslands langste brug, deze is slechts 904 meter. Gelukkig maar dat ie niet zo lang is want hij is gemaakt van metalen roosters en het klinkt alsof ie ieder moment uit elkaar valt.

De gletsjer is inmiddels al een stuk dichterbij gekomen. In het routeboek staan 2 wandelingen aangegeven beide van zeker een uur. We besluiten dat dat met Lisa nog wel wat langer zal duren en we rijden door naar Svínafellsjökul een gletsjertong, wel over een slechte gravel weg maar slechts 3 km. Vanaf de parkeerplaats kun je met wat klim en klouter werk best dichtbij de gletsjer komen. Het blijft toch echt prachtig hier, ondanks dat ook hier de Grimsvotn zijn sporen heeft nagelaten. Het sneeuw en ijs van de gletsjers is grauw en zwart, maar gelukkig zien we toch ook wel wat wit en ijsblauw erdoor. We maken een boel foto’s van dit mooie natuurverschijnsel en ook 1 van een “echte” wandelaar die we over de gletsjer zien gaan. We durven eigenlijk niet verder te klimmen over het rots pad waar veel losse sten liggen, zeker niet omdat er aan het begin van het pad een bord staat waarop te lezen is dat er 2 wandelaars sinds augustus 2007 vermist zijn… Als we weer bijna bij de parkeerplaats zijn loopt ons een wandelaar voorbij met een helm onder zijn arm, is dat nou die ene die net daar beneden aan liep… nee dat kan niet. Als ik snel de foto’s terug kijk zijn er toch wel erg veelovereenkomsten, hij is het echt. Het blijft mij een raadsel hoe die dat zo snel gedaan heeft en waar en hoe die in vredesnaam naar boven is gekomen…

Op naar de ijsmeren. Als eerste komen we bij de Fjallsárlón, een “klein” ijsmeer waar de schotsen in het rond drijven en heel langzaam smelten. De Jökulsárlon is een heel groot meer van 15 km2 groot en 190m diep. Hier liggen ijsschotsen zo immens groot en mooi, prachtig. Je hoort voortdurend het gekraak van het ijs wat tegen elkaar aan botst, soms breekt er een stuk af dit geeft een enorm kabaal. Tussen de schotsen door zwemmen zeehondjes die in vergelijking met de ijsblokken heel klein zijn. Een ijsblok wat wij zien drijven is groot, maar slechts 1/10 van het blok steekt boven water uit… langs de kant kun je dit goed aan de kleine ijsblokken zien. Zodra de blokken klein genoeg zijn stromen onder de brug door naar de zee. Aan de rand van het meer is een cafetaria waar je tevens een kaartje kunt kopen voor een rondvaart over het meer. Dat lijkt natuurlijk super gaaf om tussen de ijsschotsen door te varen, maar toch doen we het lekker niet 😉 kom zeg we moeten over 2 dagen het schip al weer in dat is al erg genoeg, de ijsschotsen zien we vanaf de kant ook wel. We zijn nog wel even een kijkje wezen nemen op het strand, het blijft raar dat zwarte zand maar wel mooi.

Via weg 1 rijden naar Höfn met aan de ene kant bergen en gletsjers en aan de andere kant de zee. Het is echt een schitterend land. Eenmaal in Höfn aangekomen komen we bij het hotel. Een beetje vreemd het hotel ligt aan de ene kant van de weg en onze kamers aan de andere kant. 3 gebouwen met daarin meerdere kamers horen bij het hotel terwijl er meerdere van dit soort gebouwen staan die gewoon als woonhuis in gebruik zijn. Het eten is aan de overkant op de bovenste etage, ala van der Valk worden hier op hetzelfde tijdstip zo’n 60 man voorzien van eten. Als de zon niet zou schijnen dan zou je een mooi uitzicht hebben over een gletsjer aan de andere kant van de fjord. Morgen onze laatste lang rit op IJsland dan gaan we naar Egelsstadir.