Dag 17 – 27 juni

Van Selfoss naar Kirkjubaejarklaustur.

Nog een paar dagen op IJsland dan gaan we weer aan boord van die boot, die boot die ons terug naar het vaste land gaat brengen. Dus nu nog maar even flink genieten. Vandaag een drukke dag op het program.

We beginnen bij de Seljalandsfoss een mooie waterval waar je achterdoor kunt lopen, wel via een glibberig pad maar dat mag de pret niet drukken. Na vele foto’s gaan we weer verder. Het weer is vandaag best goed alleen het waait erg hard, het zicht is dan ook erg slecht en we worden als het ware gezandstraald.

Bij de Skogafoss, de volgende waterval van vandaag, is het stof weer verruild door een waternevel. Wat blijft het toch mooi zo’n waterval. De Solheimajokull een gletsjertong van de Myrdalsjokull slaan we over, hier loopt een 5km lange slechte gravelweg naar toe, die wij na overleg met de M&M’s niet aan durfde.

Op naar de Dyrholaey, een vogelrots waar papegaaiduikers broeden, zou het dan lukken om hier een papegaaiduiker op de foto te zetten? Via een gravelweg kwamen we op een parkeerplaats dicht langs de kust, ook hier stonden al weer Hollandse VW campers geparkeerd. Na een wandeling over de rotsen waar je een prachtig uitzicht had over de zee en de kustlijn met zwart zand, bleef Jeff met Lisa bij de auto en ik volgde Martien op zoek naar papegaaiduikers. Langs de rand van een klif zaten heel wat vogels te broeden het merendeel doodgewone meeuwen. De papegaaiduiker zit vaak in een soort van hol ipv op een nest dus ze zijn goed verstopt en slecht zichtbaar, maar het is ons gelukt ! Zowel op de foto als op de film.

Hobbel de bobbel weer terug over het gravel en rechtsaf de 1 op richting Vik hier zou een wol/souvenir winkel zijn. Deze was er ook een hele grote. Lisa lag te slapen in de bus, dus we moesten om en om even de winkel in, maar daar was het shopplezier niet minder om.

Door op weg 1 over de zandvlakte Myrdalssandur, een grote spoelzandvlakte gevormd door gletsjerrivieren en puin van de Katla. Niet echt een fijne weg ongeveer 60km zand, zand en nog eens zand niet als weg maar waaiend over de vlakte. Alles knarst en knirst. Daarna reden we door het lavaveld Eldhraun, die ontstaan is bij een vulkaanuitbarsting in 1783. Het is nu helemaal begroeid met een grijsachtig mos en ziet er een beetje spookachtig uit, heel apart.

Dan komen we aan in Kirkjubaejarklaustur, dit dorp was bij de laatste vulkaanuitbarsting nog in het nieuws omdat je hier geen hand voor ogen zag. Het is hier heel stoffig of het echt vulkaanas is dat weet ik niet zeker, maar alles wat je beet pakt is stoffig. We hadden even het raam in de badkamer opengezet en ook daar lag later een laag gruis.

Het hotel heeft een boven etage, deze is bezet met een paar bussen bejaarden. Wij zaten in een soort van houten aangebouwde schuren. Frans zat zelfs afgezonderd in een eigen schuur los van het hotel. Het zag er allemaal netjes uit hoor begrijp me niet verkeerd, alleen bleek de volgende ochtend dat de muren niet echt heel dik waren en het geluid goed door kwam, maar nu wisten we wel waarom Frans afgezonderd zat ;-). Morgen gaan we naar Höfn, een rit langs gletsjers en ijsmeren.