Dag 13 – 23 juni

Van Borganes naar Reykjavik.

Vandaag zou het dan gaan gebeuren, we gaan naar de bewoonde wereld de hoofdstad van IJsland Reykjavik. Niet direct natuurlijk maar via een mooi door Ineke uitgestippelde route. Wij besloten (samen met de M&M’s) om deze iets in te korten, we kozen ervoor om alleen langs de Deildartunguhver (de grootste heet waterbron van IJsland) te rijden en dan via Borganes (voor wat boodschappen) de route te vervolgen naar Reykjavik. De bron was mooi, het water borrelt hier met 100 graden de grond uit, het stonk niet zo erg als de krafla waar we eerder waren.

Bij Borganes doken we even de supermarkt in, leuk om te zien hoe het er hier in een supermarkt aan toe gaat, op de groent afdeling hangen een soort vernevelaars om de groente vochtig te houden, het ligt er dan ook allemaal fris en fruitig bij. Eenmaal weer op weg zagen we een kever ons tegemoet komen, dit was de 1ste rijden IJslandse kever die we op IJsland zagen, haha het bleek de bril van Ton en Linda van Dorselaar te zijn, die zijn met het vliegtuig (en de bril met de boot) hierheen gekomen om ons een aantal dagen te vergezellen we zouden ze vanavond in het hotel wel zien.

Via een fjord reden we richting de hoofdstad, het was allemaal weer prachtig om te zien, de natuur kent hier echt geen grenzen. Halverwege de fjord belde Rudolf, hij stond in Borganes en was zijn uitlaatdemper verloren (de T3 maakte nu ietwat meer herrie 😉 ). Deze heeft uiteraard niemand als voorraad mee genomen. Probeer het even achter in Borganes, daar hadden wij iets wat op een garage leek gezien en anders tja dan maar met veel herrie de kortste weg naar Reykjavik….

Wij reden inmiddels een zijweg op, hier stond een bord Pingvellir, het bleek een weg die overging in gravel. Volgens onze berekeningen samen met de kennis van Martien (die thuis het route boek goed bestudeerd had) zou het een gravel weg zijn van een kilometer of 25. We gooiden onze plannen om en reden deze weg uit om naar de Pingvellir te gaan. De gravelweg bleek een goede (in hoeverre dat kan met gravel) alleen een leuke picknick plek was er niet.

Rond 1 uur kwamen we bij de Pingvellir aan, helaas had de zon plaats gemaakt voor wat regen dus met een broodje in de hand scholen we binnen in het infocentrum/winkeltje. Het was weer droog, naar buiten en eens rond te kijken. Zodra de zon ons zag begon het weer te regenen, Martien stak zijn plu op en dit was voldoende dat de regen weer plaatst maakte voor de zon. De Pingvellir is een nationaal park en opgenomen in de werelderfgoedlijst, het park maakt deel uit van een 6 km brede en 40 km lange verzakking van de aardkorst. Je kan hier een aardige tijd wandelen, voor de bejaarde busladingen is het zo geregeld dat ze op het ene punt uit de bus gegooid worden en op een ander punt weer ingeladen worden, wij moesten het gehele stuk ook gewoon terug lopen wij zijn tenslotte nog niet bejaard J. Onze gids (Martien) had een route in z’n hoofd die we volgde. We kwamen bij een stuk waar je over de rotsen liep en waar je ook naar beneden keek was water zo ongelofelijk helder en zo diep dat kun je je haast niet voorstellen echt schitterend om te zien. Ook waren er tussen de rosten wat gleuven begroeid met wat gras en mos (je kent het wel als een gleuf lang niet gebruikt word) Michiel kon dit niet weerstaan en floep weg was zijn been, compleet opgeslokt door een gleuf. Nadat wij gevraagd hadden of ie geen pijn had, hebben we eerst gelachen en toen gevraagd of ie hulp nodig had om er uit te komen. Eenmaal weer overeind heb ik (zo ben ik dan ook wel weer) zijn jas aan de achterzijde schoon geveegd, toen ik zei draai eens even want daar zit ook nog stof deed hij dat dan ook braaf en stapte vervolgens met zijn andere been in een soortgelijke gleuf, floep weg was zijn been. Toen hebben we eerst gelachen en daarna gevraagd of ie geen pijn had. Gelukkig had ie bij de 2de val ook niets gebroken, en konden we onze wandeling weer vervolgen.

We liepen via een kerkje terug, Lisa bezoekt graag kerken om een kaarsje aan te steken en vervolgens te vragen of ze daarna alle kaarsjes uit mag blazen, helaas was er niemand thuis dus liepen we door. Een op een wc lijkend huisje bleek geen wc maar bood wel een goede gelegenheid om erachter te plassen.

Terug naar de auto’s zodat we onze reis konden vervolgen. Met nog een kleine 50km op de klok werd het wat later dan gepland maar we waren rond 5uur in Reykjavik. Het hotel Cabin waar we 2 dagen verblijven is een van der valk in het kwadraat.

Morgen hebben we een rustdag, er staat een rondrit van 160km in het routeboek maar ik denk dat we eens lekker een autovrije dag in lassen.